Ik ben net een boek over het Darwinisme aan het (her)lezen. Deze theorie is ondertussen wel al redelijk aanvaard want zelfs de Paus lust er pap van, maar mijns inziens is er toch nog heel wat wetenschappelijk sleutelwerk aan.

Zo wordt de drijvende kracht achter de evolutie steeds omschreven als “de omgevingsfactoren” alsof het hier enkel fysische parameters betreft, waardoor de co-evolutie tussen dieren en planten of vegetatie in het algemeen te veel onderschat blijft.

Bijkomend vind ik al dat zoeken met statisctisch vastgelegde methodes -die in het verleden dan wel al vaker behulpzaam waren- om toch maar net dat sprongetje te kunnen maken over het onbewezen ontbrekende schakelstuk “omdat het zo toch wel moet kloppen” te vaak achterhaald. Alsof de creativiteit van de natuur zich nooit out-of-the-box zou bevinden. En een waarneming niet eens afgewacht hoort te worden tot deze heeft plaatsgevonden om al zeker te zijn van het resultaat waarbij afwijkende metingen haast a priori van de tafel worden geveegd vanwege niet passend in het voorziene plaatje.

Het lijkt me duidelijk dat we op die manier vast zitten in een cirkelredenering om antwoorden te willen vinden over wat zich heeft afgespeeld in de geologische tijd.

En wat me over die tijd ook opvalt is dat men in de Islam momenteel niet toe staat om het Darwinisme voor de klas te prediken maar in de basis van die cultuur wel de maancyclus als tijdseenheid respecteert. Deze maan die het leven bijkomend licht geeft wanneer we vanop aarde in onze eigen schaduw naar de ruimte kunnen kijken, wordt te vaak geheel genegeerd en is op een horloge eerder vervangen door een weeksysteem dat verder nergens stand houdt als een referentie voor een natuurlijk perspectief.

Vandaar deze foto die ik in Beringen trok tijdens de zonne-eclips. Niet van op de mijnterril maar wel op straatniveau naast het gesloten eetzaakje ‘Luna’ met zicht op twee minaretten. Misschien brengt het zo wetenschap en cultuur wat dichter bij elkaars ondersteunende inzichten uit het verleden.

En wat de toekomst betreft, zit deze zowel voor maatschappij, natuur als wetenschap gevangen tussen het nu waarin we enkel vandaag kunnen leven, rechtlijnige klinkklare onzin en scheefgeslagen originaliteit.

En of deze toekomst ons nu verlaat, ons nog bereiken zal, we het achterna jagen, er ons achter verstoppen, er van weglopen of dat men er zich door laat vastnagelen, is een keuze die beperkt wordt door het vermogen van de verbeeldingskracht en het talent om met elkaar in evenwicht te leven.

Want het leven zelf heeft immers maar een bestaansrecht binnen bepaalde fysieke omstandigheden in combinatie tot een behoefte aan persoonlijke en sociale interacties.

 

13/08/2026

Stijn StWtS Wuytens